Het korte antwoord
Koop de kaart die bij je monitor hoort, niet die bij je budget past.
De meeste mensen kopen een videokaart op prijsklasse en ontdekken daarna dat hun scherm de helft van die prestaties niet toont. Dat is zonde, want de monitor is het enige onderdeel dat hard bepaalt hoeveel frames je überhaupt kunt zien.
Wij hebben 47 kaarten door dezelfde acht spellen gehaald op één testbank. De uitkomst in één zin: tot ongeveer 1.200 euro loopt de prestatie vrijwel recht mee met de prijs, en daarboven betaal je vooral voor de laatste negen procent.
Dat betekent niet dat een kaart van 2.000 euro onzin is. Het betekent dat je die alleen moet kopen als je een scherm hebt dat het verschil laat zien, en spellen speelt die er zwaar genoeg voor zijn.
De vuistregel
Reken op ongeveer een derde van je totale budget voor de videokaart. Zit je daar ver boven, dan wordt je processor of je geheugen de rem en betaal je voor frames die er nooit uit komen.
Kies op je scherm, niet op je budget
Resolutie en verversingssnelheid bepalen samen wat je nodig hebt.
Een videokaart moet elke seconde het aantal pixels van je scherm opnieuw tekenen, zo vaak als je verversingssnelheid toelaat. Ga je van 1080p naar 1440p, dan verdubbel je bijna het aantal pixels. Van 1440p naar 4K is het nog eens ruim tweemaal zoveel.
Daarom is de vraag nooit welke kaart de beste is, maar welke kaart bij jouw combinatie van resolutie en Hz hoort. Hieronder staat wat wij in de praktijk meten, met spellen op hoge instellingen en zonder opschaling.
| Scherm | Wat je nodig hebt | Indicatie |
|---|---|---|
| 1080p op 144 Hz | Instapklasse met 8 GB | 350 tot 500 euro |
| 1440p op 165 Hz | Middenklasse met 12 tot 16 GB | 700 tot 1.100 euro |
| 1440p op 240 Hz | Hogere middenklasse | 1.000 tot 1.400 euro |
| Ultrawide 1440p | Ongeveer een kwart meer dan gewoon 1440p | 900 tot 1.400 euro |
| 4K op 120 Hz | Topklasse met 16 GB of meer | 1.400 euro en hoger |
Wat wij gemeten hebben
Eén bank, acht spellen, drie runs per test.
Alle kaarten draaien in dezelfde machine: dezelfde processor, hetzelfde geheugen op DDR5-6000 CL30, dezelfde voeding en dezelfde Windows-installatie. Alleen de kaart en de driver wisselen. Zo weet je zeker dat een verschil aan de kaart ligt.
We draaien elke test drie keer en nemen de middelste uitkomst. Dat vangt de uitschieters op die ontstaan doordat Windows net op dat moment iets op de achtergrond doet.
Belangrijker dan het gemiddelde is wat wij de laagste één procent noemen: de traagste frames van een sessie. Een kaart die gemiddeld tien frames hoger scoort maar regelmatig hapert, voelt slechter aan dan een kaart die netjes vlak blijft. Dat cijfer wegen we daarom zwaarder mee dan het gemiddelde dat fabrikanten graag laten zien.
- Acht spellen, verdeeld over shooters, open werelden en simulatie.
- Hoge instellingen zonder opschaling, zodat de kaart zelf het werk doet.
- Metingen op 1080p, 1440p en 4K, ook als een kaart daar niet voor bedoeld is.
- Verbruik gemeten aan de wandcontactdoos, niet uit de software van de kaart.
Waar de grens ligt
Boven de 1.200 euro loopt de winst per euro hard terug.
Tot ongeveer 1.200 euro levert elke honderd euro extra ongeveer acht procent meer frames op. Dat is een eerlijke ruil: je betaalt meer en je krijgt evenredig meer terug.
Van 1.200 naar 2.000 euro krijg je in onze metingen nog ongeveer negen procent extra. Dat is echt gemeten en het is geen ruis, maar het is geen verschil dat je tijdens het spelen opmerkt zonder een teller in beeld.
Dat kantelpunt verschuift wel mee met de resolutie. Op 4K blijft de schaal langer eerlijk, omdat het aantal pixels de kaart daar echt aan het werk zet. Op 1080p ben je al ver voor de 1.200 euro aan het betalen voor niets, omdat je processor dan de beperkende factor wordt.
Let op de processor
Op 1080p bepaalt de processor vaak het maximum. Zet je een kaart van 1.500 euro achter een processor van vier jaar oud, dan zie je in veel titels dezelfde frames als met een kaart van de helft.
Hoeveel videogeheugen heb je nodig
Meer dan de laatste jaren, maar minder dan de discussie suggereert.
Videogeheugen werkt als een werkbank: past alles wat een spel nodig heeft erop, dan gaat het snel. Past het net niet, dan moet de kaart voortdurend gegevens ophalen uit het gewone werkgeheugen, en dat kost veel meer tijd dan het verschil in rauwe rekenkracht.
Het gemene is dat een tekort zich niet meteen laat zien in het gemiddelde aantal frames. Je ziet het in korte haperingen als je een hoek om loopt en er nieuwe texturen geladen moeten worden. Precies die haperingen zijn wat een machine traag laat aanvoelen.
- 8 GB. Genoeg voor 1080p op hoge instellingen, krap zodra je texture packs of mods gebruikt.
- 12 GB. De praktische ondergrens voor 1440p, en voldoende voor vrijwel elke titel op die resolutie.
- 16 GB. De veilige keuze voor 4K en voor wie de kaart vier jaar of langer wil houden.
- 24 GB of meer. Alleen zinvol voor videobewerking, 3D-werk of lokale AI-modellen.
AMD of Nvidia
Het antwoord hangt af van wat je speelt, niet van welk kamp je aanhangt.
In rasterprestaties, dus het gewone tekenwerk zonder raytracing, zit AMD er per euro vaak gunstiger in. Voor wie shooters speelt op 1440p en vooral naar frames kijkt, is dat een reëel voordeel.
Zet je raytracing aan, dan draait het om. Nvidia heeft daar een voorsprong die in zware titels oploopt tot dertig procent. Ook voor videobewerking, streamen met NVENC en lokaal AI-werk staat Nvidia sterker.
Er is een derde factor die vaak wordt vergeten: opschalingstechniek. DLSS van Nvidia levert bij dezelfde instelling doorgaans een iets rustiger beeld dan FSR van AMD. Op 1440p en hoger is dat verschil klein geworden, op 1080p is het nog zichtbaar.
Praktisch advies
Maak een lijst van de vijf spellen die je het meest speelt en zoek daarvan de metingen op. Dat is nuttiger dan elke algemene vergelijking, want het verschil per titel is groter dan het verschil per merk.
Wat je verder nodig hebt
Een kaart kopen zonder de rest te checken loopt vaak mis.
Een videokaart is het onderdeel dat het meeste stroom trekt en de meeste ruimte inneemt. Twee dingen die mensen vergeten te controleren, en allebei kosten ze een retourzending als het misgaat.
Voor de voeding geldt: neem het verbruik van de kaart, tel er ongeveer 150 watt bij voor de rest van je systeem, en houd daarna een kwart marge aan. Voor een kaart van 300 watt kom je zo op 650 tot 750 watt uit. Die marge is geen luxe: een voeding die continu op zijn tenen loopt is luidruchtig en gaat korter mee.
Voor de kast geldt: meet de ruimte tussen je moederbord en de voorkant van je behuizing, en kijk hoeveel sloten de koeler beslaat. Moderne kaarten uit de hoogste klasse zijn ruim 330 millimeter lang en drie sloten dik. In een compacte kast past dat simpelweg niet.
- Voeding. Verbruik van de kaart plus 150 watt, plus een kwart marge.
- Lengte. Meet in millimeters, en houd rekening met de kabels aan de zijkant.
- Sloten. Drie sloten dik betekent dat je onderste uitbreidingsslot vervalt.
- Aansluitingen. Nieuwere kaarten gebruiken een 12VHPWR-stekker; check of je voeding die heeft.
Wanneer je beter kunt wachten
Soms is niets kopen de beste beslissing.
Zit je nu op een kaart die twee generaties oud is en speel je op 1080p, dan is de winst zo groot dat wachten weinig oplevert. Elke maand die je wacht is een maand met minder frames voor hetzelfde geld.
Zit je op een kaart van één generatie oud, dan ligt het anders. De sprong is dan kleiner dan de prijs suggereert, en het loont om te wachten tot een prijsdaling of tot je monitor toe is aan vervanging. Een nieuwe monitor levert in dat geval vaak meer plezier op dan een nieuwe kaart.
Wachten op de volgende generatie is zelden verstandig als je nu iets nodig hebt. Tussen twee generaties zit ongeveer twee jaar, en de eerste maanden na een introductie zijn de prijzen het hoogst.
Wat de gemiddelden verbergen
Twee kaarten met hetzelfde cijfer kunnen heel anders aanvoelen.
Vrijwel elke vergelijking geeft het gemiddelde aantal frames per seconde. Dat cijfer is makkelijk te meten en makkelijk te vergelijken, maar het zegt weinig over hoe een machine aanvoelt terwijl je speelt.
Wat je wél voelt zijn de uitschieters naar beneden: momenten waarop een frame ineens drie keer zo lang duurt als de vorige. Die haperingen merk je onmiddellijk, terwijl ze het gemiddelde nauwelijks drukken.
Daarom kijken wij naar de laagste één procent van de frametijden. Een kaart die gemiddeld tien frames hoger scoort maar regelmatig hapert, is in de praktijk de slechtere keuze. Bij kaarten met te weinig videogeheugen zie je dat patroon het duidelijkst.
Wil je dit zelf meten, zet dan in je overlay niet alleen het gemiddelde aan maar ook de frametijd in milliseconden. Springt dat getal regelmatig van 8 naar 25, dan is dat de bron van het onrustige gevoel, ook al staat er 120 fps in beeld.
Opschaling en framegeneratie
Twee technieken die vaak op één hoop worden gegooid.
Opschaling, zoals DLSS en FSR, rendert het beeld op een lagere resolutie en vergroot het daarna slim naar je schermresolutie. De kaart doet dus minder werk per frame, en dat levert direct meer frames op. Op 1440p en hoger is het verlies aan scherpte in de kwaliteitsstand nauwelijks te zien.
Framegeneratie is iets anders. Die techniek verzint tussenframes op basis van twee echte frames. Het beeld oogt daardoor vloeiender, maar de invoervertraging wordt niet beter en kan zelfs iets oplopen. Voor een rustig avonturenspel is dat prima; voor een competitieve shooter niet.
Het praktische verschil: opschaling gebruik je vrijwel altijd, framegeneratie alleen als je al comfortabel boven de zestig frames zit en het beeld nog vloeiender wilt. Framegeneratie gebruiken om van dertig naar zestig te komen voelt slecht, hoe mooi het cijfer ook wordt.
Let op bij vergelijkingen
Fabrikanten tonen graag cijfers met opschaling én framegeneratie aan. Vergelijk alleen getallen die op dezelfde manier tot stand zijn gekomen, anders vergelijk je twee verschillende dingen.
Hoe lang een videokaart meegaat
Vier tot zes jaar, en het geheugen bepaalt vaak het einde.
Een videokaart gaat mechanisch lang mee. Wat als eerste opgeeft zijn de ventilatoren, en die zijn bij de meeste modellen te vervangen. De chip zelf slijt bij normaal gebruik nauwelijks.
Wat een kaart in de praktijk laat afhaken is het videogeheugen. Zodra spellen structureel meer vragen dan er op de kaart zit, ontstaan de haperingen die we hierboven beschreven, en dan helpt het niet meer om de instellingen iets te verlagen.
Dat is de reden om bij twijfel de variant met meer geheugen te nemen, ook als die in de tests van vandaag geen enkele frame extra oplevert. Je koopt daarmee geen prestaties maar levensduur, en dat is bij dit onderdeel het duurdere van de twee.
Een tweede factor is de driverondersteuning. Fabrikanten blijven kaarten meestal zes tot acht jaar van nieuwe drivers voorzien. Daarna blijven ze werken, maar nieuwe spellen kunnen problemen geven die niet meer opgelost worden.
Conclusie
Kies de kaart die bij je scherm hoort, controleer je voeding en de ruimte in je kast, en stop het geld dat je overhoudt in geheugen of een snellere schijf. Dat merk je in de praktijk meer dan de laatste negen procent aan frames waar je bij de duurste modellen voor betaalt.
Veelgestelde vragen
Hoeveel videogeheugen heb ik nodig?
Op 1080p is 8 GB nog voldoende, op 1440p wil je 12 GB en op 4K is 16 GB de veilige ondergrens. Texture packs en mods vragen structureel meer dan de kale spellen, dus reken daar een klasse hoger als je die gebruikt.
Is AMD of Nvidia beter voor gamen?
In rasterprestaties per euro zit AMD er vaak gunstiger in. Speel je met raytracing aan of gebruik je de kaart ook voor videobewerking en AI-werk, dan staat Nvidia sterker. Kijk naar de titels die jij speelt in plaats van naar het merk.
Wat is DLSS of FSR en moet ik dat aanzetten?
Beide renderen het beeld op een lagere resolutie en schalen het slim op. Dat levert flink meer frames op met een beperkt verlies aan scherpte. Op 1440p en hoger is de kwaliteitsstand vrijwel altijd de moeite waard; op 1080p zie je het opschalen sneller terug.
Hoeveel watt moet mijn voeding zijn?
Neem het verbruik van de kaart, tel er ongeveer 150 watt bij voor de rest van je systeem en houd daarna een kwart marge aan. Voor een kaart van 300 watt kom je zo op 650 tot 750 watt uit.
Past elke videokaart in elke kast?
Nee. Let op de lengte in millimeters en op het aantal sloten dat de koeler beslaat. Kaarten uit de hoogste klasse zijn ruim 330 millimeter lang en drie sloten dik, en dat past niet in elke compacte behuizing.
Is een tweedehands kaart een goed idee?
Vaak wel, mits je de kaart kunt testen en de fabricagedatum kunt zien. Vraag om een screenshot van een benchmark en luister naar de ventilatoren; die zijn het eerst versleten. Kaarten die zwaar hebben gerekend voor mining zijn niet per se slechter, maar de koeling is dan vaak toe aan onderhoud.
Moet ik wachten op de volgende generatie?
Alleen als je huidige kaart nog voldoet. Tussen twee generaties zit ongeveer twee jaar, en de eerste maanden na een introductie zijn de prijzen het hoogst. Heb je nu tekort, dan koop je nu.
Dit stuk delen?
